in

Opvang illegalen zorgt voor oproer in Amsterdam

Amsterdam wil 500 illegalen onderbrengen in 24-uursopvangcentra in de wijken. Vanuit de bevolking klinkt luid protest. „Jonge mannen, die de hele dag niks te doen hebben, vlakbij een school. Hoe haal je het in je hoofd?”

Tumult in Amsterdam-Noord. In de gymzaal van basisschool De Piramide hebben zich een paar honderd burgers verzameld. Allochtonen, autochtonen, moslima’s met hoofddoek, blonde ’bakfietsmoeders’, PVV-stemmers in trainingspak, een bonte mix is afgekomen op deze informatieavond van de gemeente.

Het is vol, het is warm, er is een wethouder en een mevrouw van het stadsdeel Noord. Een medewerker met een microfoon loopt door de zaal en geeft mensen het woord. Veel van de aanwezigen zijn geagiteerd. Zij zijn boos over de plannen van GroenLinks-wethouder Rutger Groot Wassink om niet ver van deze school een 24-uursopvangcentrum voor ’ongedocumenteerden’ in te richten. „Jonge mannen, die de hele dag niks te doen hebben, vlakbij een school. Hoe haal je het in je hoofd? Wat denkt u zelf waarom hier zoveel mensen zijn?”, roept iemand uit het publiek.

„Zet die mensen op de Zuidas!”, roept een ander, verwijzend naar het welvarende zakendistrict in de hoofdstad. Groot Wassink: „Kon ik maar een pand op de Zuidas vinden.”

„Waarom breng je ze niet onder in een krimpgebied?”, wil een mevrouw weten. „Ze hebben toch rust nodig?”

Wethouder Groot Wassink heeft het moeilijk, zoveel is duidelijk. Hij probeert draagvlak te vinden voor een omstreden plan: de gemeente wil niet minder dan 500 nomadische illegalen – uitgeprocedeerde asielzoekers die feitelijk moeten worden uitgezet – onderbrengen in centra, verdeeld over de stad. Die ontheemden moeten ergens naar toe, is zijn redenering. Als je ze laat zwerven, vinden ze nooit de tijd en de energie om te werken aan hun toekomst – waar die ook mag zijn.

Die voornemens stuiten op serieuze weerstand. Veel burgers herinneren zich de beelden van brutale illegalen, verzameld in de actiegroep We Are Here, die woonruimte opeisten en zo ver gingen bewoners van panden die zij op het oog hadden te molesteren. Wie zit er op dit soort buren te wachten?

Levenswerk
Hier in Noord komt er een probleem bij. In het pand aan Mariëndaal 13, dat Groot Wassink op het oog heeft, zou de kinderopvang Fesa van Fera Dzjozovic (42) worden ondergebracht. Dit dreigt nu niet door te gaan. „U laat 65 kinderen in de steek!”, klinkt het. Fera, die wegens geplande nieuwbouw weg moet uit haar huidige locatie, is bezorgd. Haar puberdochters staan naast haar, de armen ingehaakt. Dzjozovic krijgt tranen in haar ogen als ze vertelt over haar ’levenswerk’ dat zij mogelijk moet opgeven. „Wat ik dan ga doen? Al sla je me dood, dat zou ik niet weten.”

Dit deel van Noord – het wordt de Kleine Wereld genoemd – is een sociaal zwakke buurt. Volwassen kinderen wonen niet zelden nog bij hun ouders omdat ze geen woning kunnen vinden – te duur, te schaars. Insprekers benadrukken die breekbare sociale cohesie: „Jullie douwen alles vol met mensen uit alle landen. Jullie snappen het gewoon niet.”

Als de avond ten einde loopt staat Marinda (39) – zwart geverfd haar, strak winterjack – met haar zoon en haar moeder nog wat na te praten. Over het typische leed van een achterstandswijk. „Een Marokkaan stal de scooter van mijn zoon. Nou, die ben ik zelf gaan terughalen. Ja, met mij moet je geen geintjes uithalen. En dan willen ze nog meer van die kansenparels binnen halen. Ze zijn niet goed bij hun hoofd.”

Opmerkelijk: er bestaat brede overeenstemming onder de bezoekers. Een man die ooit als asielzoeker naar Nederland kwam: „Ik ben zelf vluchteling, maar met vrouw en kinderen is het een heel andere situatie Deze mannen zijn alleenstaand, die gaan hangen in het winkelcentrum. Waarom zetten ze ze niet op een camping?”

Malika is een kleine, doortastende Marokkaans-Nederlandse met Amsterdams accent. Zij organiseerde een handtekeningenactie tegen de komst van de illegalen. „Ik doe dit vaker en win altijd”, lacht ze. Ze staat versteld van de grote opkomst. „En van de eensgezindheid.”

Alleenstaand
Nog meer problemen kan deze buurt helemaal niet aan, vindt Malika. „Wij noemen het hier niet de Kleine Wereld maar de getto, haha. Eerlijk is eerlijk, ik voel me hier straks niet meer veilig. Er is nu al sprake van onderhuur aan Oost-Europeanen, er lopen mensen rond met psychische problemen. Ik ben een alleenstaande moeder met dochter en kat en woon straks recht tegenover die illegalen. Kom op nou.”

Een week later, in Buitenveldert – waar weer een ’buurtconsultatie’ plaatsheeft, alweer in een sportzaal – staat Rutger Groot Wassink op straat te roken. „Weet je dat ik dit niet hoef te doen? We kunnen dit als college doordrukken, maar ik wil met de burgers in gesprek en proberen hen te overtuigen. En ik lieg niet als ik zeg: er staat nog niks vast. We bekijken slechts onze mogelijkheden.”

In Buitenveldert – in het rijke Amsterdam-Zuid – heeft de VVD zwaar geschut ingezet. Kamerlid Daniel Koerhuis is komen opdraven, net als de Amsterdamse fractievoorzitter Marianne Poot, de fractievoorzitter van het stadsdeel Zuid, Ronnie Eisenmann, en Paul Slettenhaar, wethouder in Castricum. Anders dan hun staatssecretaris Harbers zijn zij tegen het plan. Ook Annabel Nanninga van Forum voor Democratie is er.

Nanninga bezoekt zoveel mogelijk inspraakavonden, waar zij door tegenstanders van de opvang veelvuldig wordt aangeklampt. „Wij zijn mordicus tegen”, zegt de oud-publiciste. „Deze mensen zijn illegaal en moeten worden begeleid bij terugkeer naar hun herkomstland. Waarom moet dit in Amsterdam, waarom krijgen deze mensen voorrang? Maar ja, de raad is voor.”

Buitenveldert
Ron Eisenmann snijdt tijdens de – alweer – druk bezochte bijeenkomst een heikel punt aan: Buitenveldert is deels een joodse wijk, met beveiligde joodse instellingen. Als je hier mannen uit overwegend islamitische landen naar toe haalt – uit Eritrea, Soedan, Afghanistan, Irak, Iran en Somalië – creëer je onrust en angst, vindt Eisenmann. „U kunt de gevoelens van joodse mensen niet zomaar onder tafel vegen”, beëindigt de VVD’er zijn betoog. Eisenmann oogst applaus, maar er is ook tegenspraak. „Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten”, reageert een man in de zaal. „Wij laten geen medemensen op straat staan!”

Buiten de gymzaal staan buurtbewoners Monique Waterman en Daniël Asscher (’Een achterneef’) te kletsen. Asscher wees Groot Wassink er eerder op dat de wethouder er voor zou kunnen kiezen ’om barmhartig te zijn met uw eigen bevolking, in plaats van met mensen die zijn uitgeprocedeerd’. De rijzige, modieus geklede Waterman werkt bij de KLM, is alleenstaand en woont achter de brandweerkazerne, waar de illegalen moeten worden ondergebracht. „Ik laat ’s avonds mijn hondjes Saartje en Max uit. Hoe kun je hier jonge mannen plaatsen die zich vervelen, die seksuele gevoelens hebben?” Asscher: „Middenin een woonwijk, met daarin het chicste joodse bejaardenhuis van Amsterdam? Moeten deze mensen niet in een detentiecentrum op Schiphol en op de eerste vlucht naar huis?”

Hoe denkt wethouder Groot Wassink deze mensen mee te krijgen? In Noord zette hij halverwege de hectische avond het machtswoord in: „Wij hebben een meerderheid in de raad en die beslist nu eenmaal.”

Een week na de consultatie in De Piramide brengt het bestuur van stadsdeel Noord negatief advies uit. Gezien de kwetsbaarheid van de buurt vindt het bestuur het verstandiger om aan Mariëndaal 13 toch het kinderdagverblijf van Fera Dzjozovic te vestigen: dat heeft ’een maatschappelijke functie met meerwaarde voor de buurt’.

Dzjozovic reageert opgetogen: „Ik hoop heel erg dat de wethouder dit advies overneemt.”

Rutger Groot Wassink: „Eind april, begin mei nemen we een besluit. De gesteldheid van de buurt is zeker een factor die ik zal meewegen. Er is nog niets definitief.”

Bron : De Telegraaf

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

0

Duizenden parkeerplekken verdwijnen in Amsterdam

Duitsland laat arrestanten vrij na grote terreur-actie