in

“Dagelijks raken honderd mensen vermist.”

De verdwijning van Anne Faber, het vermissingsmysterie rond Anja Schaap en de zoektocht naar de 12-jarige Hania afgelopen week. Drie vermissingen die door de politie als ’urgent’ werden gelabeld. Alleen Hania keerde levend terug. Hoe opereert de politie bij dit soort zaken?

Izanne de Wit is teamleider van het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de nationale politie. Het bureau zet zich samen met politiemedewerkers in de eenheden dagelijks in om vermissingszaken op te lossen.

Het zijn kinderen van ouders die in een vechtscheiding zitten en mee worden genomen, tieners die weglopen uit jeugdinstellingen, slachtoffers van pedofielen die zijn ingepalmd of volwassenen die in het foute milieu zitten en ineens van de aardbodem verdwijnen.

„Dagelijks worden er zeker honderd personen als vermist opgegeven”, legt De Wit uit. „Elke melding van vermissing nemen wij als politie aan en wij ondernemen altijd actie.”

Elke melding van vermissing wordt geregistreerd in het politiesysteem. Daarnaast wordt elke melding ter beoordeling voorgelegd aan de officier van dienst of hulpofficier van justitie. „Om te kunnen bepalen welke opsporingsacties vereist zijn en hoe zorgwekkend de vermissing is, zal eerst de nodige informatie verzameld moeten worden. Dit kan worden gedaan door vragenlijsten die hiervoor beschikbaar zijn in het politiesysteem.”

Urgent
Wanneer uit de beschikbare informatie blijkt dat er ’substantiële aanwijzingen’ zijn dat de vermiste in gevaar is, spreekt de politie van een ’urgent vermist persoon’. Zo’n vijf procent van de vermissingen is ’urgent’.

De Wit: „Onder substantiële aanwijzingen verstaan wij een vermissing die in complete tegenstelling is tot het normale gedrag van de verdwenen persoon. Of dat er aanwijzingen zijn dat de vermissing in verband gezien kan worden met een strafbaar feit.”

Het kan ook zo zijn dat uit informatie of aanwijzingen blijkt dat de vermissing een gevaar vormt voor de veiligheid van anderen, voor de samenleving of voor de vermiste zelf.

Amber Alert
De politie schakelt vrijwel altijd de hulp in van het publiek, bijvoorbeeld op sociale media. Bij vermissingen van kinderen kan de politie een Ambert Alert afgeven. Dat gebeurde deze week bij de zoektocht naar de 12-jarige Hania uit Rotterdam.

In 2011 gaf de politie een Ambert Alert uit bij de verdwijning van Jennefer van Oostende (10) uit Rotterdam. Uiteindelijk bleek het meisje misbruikt en vermoord te zijn. Ook bij de in 2013 verdwenen broertjes Ruben (9) en Julian (7) werd een Ambert Alert ingezet. Maar ook zij keerden niet levend terug.

„Een Amber Alert wordt alleen verzonden als het gaat om een kind jonger dan 18 jaar en als uit concrete informatie gebleken is dat het kind, zeer waarschijnlijk, ontvoerd is door een onbekend persoon of personen. Of dat het kind is vermist en er direct gevaar bestaat voor het leven van het kind. Of gevaar voor ernstig letsel”, vertelt De Wit.

Het is altijd de officier van dienst die besluit of een Amber Alert ook daadwerkelijk wordt verstuurd. Die leidt het opsporingsonderzoek in de politie-eenheid waar de vermissing plaatsvindt. „Voorafgaand aan het maken van deze beslissing moet deze officier de casus voorleggen aan een vermissingsexpert die verbonden is aan het Landelijk Expertiseteam van het Landelijk Bureau Vermiste Personen.”

Ingrijpend
Het vrijgeven van foto’s van vermiste personen en mogelijke betrokkenen, zoals afgelopen week van de vermiste Hania uit Rotterdam en de Amerikaanse verdachte James B., is een zorgvuldig afgewogen besluit. De identiteit van een persoon ligt ineens op straat. Vooral bij kinderen is dat ingrijpend. Beelden blijven op internet nog lange tijd vindbaar.

De Wit: „De praktijk leert dat elk vermissingsonderzoek maatwerk betreft. Telkens weer en met de beschikbare informatie wordt er een afweging gemaakt.”

Dat ’maatwerk’ geldt ook bij het formeren van een rechercheteam dat de vermissing onderzoekt. Soms werken er tientallen rechercheurs aan een vermissing. „Dat is sterk afhankelijk van de casus. Elk vermissingsonderzoek wordt vanuit Opsporing bij de politie gemonitord en gecoördineerd”, let De Wit uit.

Politie en justitie toetsen dan in welk juridisch kader het onderzoek naar de vermiste plaatsvindt. De Wit: „Is er sprake van aanwijzingen voor een misdrijf, dan zal er een strafrechtelijk opsporingsonderzoek opgestart worden onder leiding van het OM.” In dit onderzoek kunnen politie en OM bijzondere opsporingsbevoegdheden (BOB’s) inzetten, zoals telefoontaps en observaties.

Telefoontaps
Als er geen aanwijzingen zijn voor een misdrijf dan wordt het vermissingsonderzoek in het kader van de hulpverlening uitgevoerd. De Wit: „De politie moet dan altijd toestemming en medewerking vragen aan bijvoorbeeld achterblijvers of zij gegevens mogen krijgen of gebruiken. Instellingen als banken en bedrijven zijn dan niet verplicht gegevens te leveren.”

Problemen binnen gezinnen kunnen de zoektocht naar een kind bemoeilijken. Soms laten betrokken niet het achterste van hun tong zien, waardoor relevante informatie niet wordt gedeeld. De Wit: „Een vermissing van een persoon is vaak een symptoom van achterliggende problematiek. De problematiek is echter zo veelzijdig dat het moeilijk is om aan te geven wat de invloed kan zijn op het onderzoek en of die er is.”

De politie heeft nadrukkelijk aangegeven alleen in algemene zin op vermissingen in te kunnen gaan en niet op de zaak rond Hania uit Rotterdam.

Bron : De Telegraaf

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

0

Escalatie na reanimatie in kroeg, man overlijdt

Medicijn voor psychiatrische patiënten drie keer zo duur: ‘Kwetsbare mensen de dupe’